er-daar-hier-waar - یادگیری گرامر زبان هلندی


کاربردهای er - daar - hier - waar

Het woord er heeft een belangrijke rol in nederlandse grammatica. Het gebruik van er wordt verder gecompliceerd door de verschillende manieren waarop het wordt gebruikt. Let er wel op dat er een verzwakte vorm van daar is en in principe kan je in plaats van er de woorden ergens nergens, daar of hier gebruiken.

Wanneer gebruik je er?

1. Belangrijkst gebruik van het woord er is in combinatie met een voorzetsel.
۱. در ترکیب با حروف اضافه به عنوان جایگزین مفعول، مانند: op, voor, over, bij, aan, van, naast, tegen, mee, door...


Ik ben bang voor honden.
Ik ben er bang voor.
Daar/Hier ben ik bang voor.
Ik ben nergens bang voor.
Waar ben je bang voor?
Deze zijn de honden waar je bang voor bent.  
Hij houdt van koffie.
Hij houdt ervan.
Daar/Hier houdt hij van.
Hij houdt nergens van.
Waar houdt hij van?
Dit is de koffie waar hij van houdt / waarvan hij houdt.
We praten altijd over de technology.
We praten altijd erover.
Daar/Hier praten we altijd over.
We praten nergens over.
Waar praat je over?
De onderwerpen waar we altijd over praten zijn niet interessant.  
Ze kijkt naar de toekomst uit.
Ze kijkt ernaar uit.
Daar/Hier kijkt ze naar uit.
Zij kijkt nergens naar uit.
Waar kijkt ze naar uit?
De dag waar ze naar uitkijkt is gekomen.

Let op: Je kan niet zeggen "Wat ben je bang voor" en je moet waar gebruiken. Je kunt zeggen dat de woorden "er, daar, hier, waar, ergens, nergens" een familie zijn en het gebruik van deze volgt dezelfde regels. Deze gevallen kun je herkennen door aanwezigheid van de voorzetsel.
دقت کنید که در جملات سوالی و یا در ترکیب دو جمله برای جایگزین کردن er باید از waar استفاده کرد و استفاده از wat غلط می‌باشد. نشانه این جملات، همانطور که در ابتدا گفتیم، وجود حرف اضافه است. 

Als de woorden er, daarhier of waar net vóór een voorzetsel komt, worden ze als een woord achter elkaar geschreven.
هر زمان er، daar، hier، waar قبل از حرف اضافه قرار بگیرند، سرهم نوشته می‌شوند.
Voorbeeld: ervan, daarvan, hiervan, waarvan, ermee, daarmee, hiermee, waarmee, erbij, daarbij, hierbij, waarbij.

Opmerking: Deze regel geldt alleen voor dingen, en dus niet voor personen. Bijvoorbeeld als je het over een film hebt, kun je zeggen "daar kijk ik naar met veel plezier", maar als je het over je vriend hebt zou je gewoon "hem" gebruiken: "Ik kijk nu naar hem".
این کاربرد er فقط در مورد اشیا صادق است و برای افراد از ضمایر مفعولی استفاده می‌شود:
Ik ben er bang voor (یک شی).
Ik ben bang voor hem (یک شخص).


Andere voorbeelden

  • Het is goed dat je eraan begint.   <-->  Het is goed dat je begint aan je nieuwe plan.
  • Denk eraan dat je eerst moet betalen
  • Denk aan onze kinderen.
  • Ik wil je eraan herinneren dat je moet ophouden.
  • Ik wil je aan onze afspraak herinneren.

در این مثالها میبینیم که گاهی چون مفعول به صورت یک جمله بیان شده است، نیاز است که er در نقش مفعول (به همراه حرف اضافه) استفاده شود و توضیح آن به کمک dat بیان می‌شود. 


سایر کاربردها در ادامه مطلب: er-daar-hier-waar-2



Reacties